Mijn verhaal over de inwendige pomp

Acht jaar oud was ik toen ik rare verschijnselen ging vertonen. Vaak plassen, dorst, moe en de kilo’s vlogen er in een rap tempo vanaf. Mijn moeder vertrouwde het niet helemaal en nam mij op 24 augustus 1997 mee naar de huisarts. Niet wetende dat ik dezelfde dag nog in het ziekenhuis zou belanden waar ik te horen kreeg dat ik voor de rest van mijn leven ziek zou zijn. Ziek was misschien een groot woord. Het was meer dat ik moest leren leven met een ziekte. Diabetes type 1 was de naam.

De eerste vier jaar heb ik mijn insuline met onderhuidse injecties toegediend. Mijn diabetes was moeilijk te reguleren waardoor ik ook problemen kreeg met mijn nieren. Uiteindelijk kon ik over stappen op een uitwendig insulinepompje. In het begin leek dat een uitkomst te zijn. Maar al snel had ik steeds meer insuline nodig om mijn bloedsuikers te reguleren. Uiteindelijk nam mijn huid helemaal geen insuline meer op waardoor ik met een keto-acidose (een levensbedreigende bloedverzuring) in het ziekenhuis terecht kwam.

Elke keer als de insuline via mijn huid werd toegediend, ging het mis. In het Sophia kinderziekenhuis is uiteindelijk het subcutaan insuline resistentie syndroom vastgesteld. Ondertussen lag ik al maanden in het ziekenhuis. Normale dingen werden voor mij steeds vreemder. Vreemde dingen werden voor mij steeds normaler. Ondertussen sneuvelde mijn infusen steeds vaker en het werd steeds lastiger om er nog een infuus in te krijgen. Mijn vaten waren kapot geprikt. Het werd duidelijk dat er een andere oplossing moest komen. Ik werd op de wachtlijst geplaatst voor een inwendige insulinepomp. Mijn laatste redmiddel.

In november 2007 kwam het verlossende woord. Er was een inwendige insulinepomp beschikbaar. Na 1,5 jaar kon ik het ziekenhuis verlaten. Er zat een diepe kloof tussen de persoon die ik was voordat ik het ziekenhuis in ging en de persoon die ik erna was. Ondertussen heb ik bijna 10 jaar een inwendige insulinepomp. Het is raar maar fijn om te ervaren dat er rust in mijn leven is gekomen en dat ik niet meer dagelijks hoeft te vechten tegen het verdriet uit het verleden.

Sacha W.